Het Atomium werd ontworpen door ingenieur André Waterkeyn ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958. Het houdt het midden tussen beeldhouwkunst en architectuur en symboliseert een ijzerkristal dat 165 miljard keer uitvergroot werd.
De negen grote bollen van het Atomium die onderling verbonden zijn door buizen, werden geplaatst volgens de configuratie van het «kubisch gecentreerd model». Deze bollen, elk met een diameter van 18 meter, werden ingericht door de architecten André en Jean Polak.
Het bouwwerk, dat volledig is opgetrokken in staal bekleed met aluminium en dat rust op drie gigantische steunpijlers, domineert met zijn hoogte van 102 meter de hele Heizelvlakte. Het was niet de bedoeling dat het Atomium de wereldtentoonstelling van 1958 zou overleven, maar door zijn populariteit en zijn succes werd het een bepalend element van het Brusselse landschap. Het markante bouwwerk en de vele exposities maken het atomium zeker het bezoeken waard.